• Foto Club Helmond
  • Foto Club Helmond
  • Foto Club Helmond
  • Foto Club Helmond
  • Foto Club Helmond
  • Foto Club Helmond
  • Foto Club Helmond

Handmatige belichting.


De automatische belichting van je camera gaat nogal eens de mist in. Dat komt omdat de lichtmeter in je camera niet weet wat je gaat fotograferen.
Iedere camera beschikt over een lichtmeter die geijkt is op de grijskaart van Kodak, die een reflecterend vermogen heeft van 18%.
Daardoor zal de camera bij lichte onderwerpen een te donkere opname maken en bij donkere onderwerpen zal je opname te licht worden.
In je camera, of op je scherm, zie je in de M-stand een tabel staan voor je lichtmeting:

 

 

Door in de M-stand je sluitertijd, diafragma of ISO  aan te passen, kun je gaan over- of onderbelichten.

Afhankelijk van je opname ga je kiezen voor een voorkeur. Bij bewegende onderwerpen zul je sneller gaan kiezen voor een bepaalde sluitertijd, terwijl je bij portret of landschap juist kiest voor een groter of kleiner diafragma.

Het is van belang dat je de juiste combinatie gaat vinden tussen sluitertijd en diafragma, zodat je het jezelf makkelijker kunt maken om sneller tot een juiste opname te komen. Want hoe vaak komt het voor dat je een opname opnieuw kunt maken?

Bij de handmatige belichting kan het best voorkomen dat je lichtmeter aangeeft dat je een verkeerde belichting ingesteld hebt. Als je weet dat je de meting wel goed hebt gedaan, kun je de foto gewoon maken. Zolang  je onderwerp goed van belichting is, ben je in die opzet geslaagd.

 

Bij flitsfotografie is de belichting moeilijker in te stellen, omdat het licht wat je flitser geeft, pas tijdens de opname wordt gemeten.
Later in deze cursus zullen we daar meer aandacht aan besteden.

Overigens is de lichtmeting niet te verwarren met de witbalans. De lichtmeter meet de hoeveelheid licht en de witbalans regelt de kleur van het licht. 

Je zou op de camera ook kunnen kiezen voor de sluitertijd- of diafragma voorkeuze.
Het is dan wel van belang dat je de lichtmeting doet op een neutraal vlak, liefst een grijskaart, en dan de knop voor belichtingsvergrendeling gebruikt. Op die manier hou je de belichting vast die gedaan wordt op de grijswaarde waarop je lichtmeter geijkt is: 18% reflecterend vermogen.
Als je dat niet doet en je licht meet op een licht vlak, of met tegenlicht, zal je lichtmeter denken dat je een te lichte opname gaat maken en een te donkere foto produceren.
Andersom zul je bij een donker onderwerp, of een donkere achtergrond, een overbelichte opname krijgen.

Mijn voorkeur zou de voorkeuze voor het diafragma zijn. De reden is eigenlijk redelijk makkelijk.
Als je weet wat voor soort opname je wilt maken, maakt het niet uit of je kiest voor diafragma- of sluitertijdvoorkeuze.

Wil je een lange sluitertijd, dan kun je kiezen voor een lange sluitertijd, maar ook voor een klein diafragma. Dat geeft natuurlijk hetzelfde effect. Een groot diafragma, bijvoorbeeld bij portretten, geeft een korte sluitertijd. Dat zal waarschijnlijk allemaal bekend zijn.

En nu de belangrijkste reden om te kiezen voor diafragmavoorkeuze in plaats van sluitertijdvoorkeuze:
Op het moment dat je kiest voor een sluitertijd waarbij je objectief niet het juiste diafragma kan halen, zal je camera daar wel een waarschuwing voor geven (door een knipperende diafragmawaarde in de zoeker), maar is die wel in te stellen. Stel, je wilt een opname maken met een sluitertijd van 1/15 sec en het is mooi
weer, dan zou je bijvoorbeeld op een diafragma uit moeten komen van 64. Je objectief kan dat niet aan, maar zal wel een opname maken met 1/15 sec. Dat zal uiteindelijk een overbelichte foto geven, omdat je objectief vaak niet kleiner kan dan diafragma 22. Als je perse een hele korte sluitertijd wilt hebben, bijvoorbeeld 1/8000 zou het zo kunnen zijn van je met diafragma 1.4 moet fotograferen voor de juiste belichting. Als je objectief niet groter kan dan 4.5 zul je dus een onderbelichte opname krijgen.
In de diafragma voorkeuze heb je dat probleem niet, de sluitertijd past zich aan het diafragma aan en zal nooit verder gaan dan mogelijk is. 

Met andere woorden: wil je de langst mogelijke sluitertijd gebruiken die op dat moment mogelijk is, dan kies je voor het kleinste diafragma. Mits je het licht meet op de juiste manier, liefst een grijskaartje, dan
kan het nooit mis gaan.

 

© Fotocursussen Helmond, Patrick van Mierlo